donderdag 25 februari 2016

De wraak van het plebs (waarom de revolutie nakende is)

Inleiding

Trump lijkt kans te maken op presidentschap, Wilders en zijn PVV blijven onverminderd populair, er komen meer referenda: het populisme lijkt sterker dan ooit en een serieuze bedreiging te zijn geworden voor de gevestigde orde. In de media – die op hand van de gevestigde orde zijn – verschijnt een stroom van artikelen die dit fenomeen behandelen maar slechts uit oogpunt van afkeer en afwijzing. Men is simpelweg baffled en vol onbegrip over wat er gaande is. De artikelen verraden bovenal een diepe minachting voor het plebs dat steun geeft aan de populistische revolte. Zo staan er alleen al vandaag twee artikelen op nrc.nl waaruit het onbegrip en de minachting blijkt. De eerste heeft de alleszeggende kop ‘Tien jaar PVV betekent tien jaar verzieking politiek klimaat’ en de tweede stelt als vraag: “Wat is er met ons in Europa gebeurd dat de redelijkheid, de redelijke twijfel, de redelijke vragen zijn omgeslagen in verongelijktheid en rancune?” (http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/24/geen-tragedie-maar-een-wederopstanding-1592143). Maar in plaats van een antwoord op die vraag te geven, barst de auteur Louise O. Fresco slechts los in een bejubeling van de multicultuur en het welkombeleid van Merkel (op basis van de multiculturalistische ‘verrijking door verscheidenheid’) dus suggererend dat de ‘verongelijkten’ die tegen dit beleid protesteren simpelweg xenofoob en dom zijn. Een en ander heeft mij geprikkeld om het fenomeen te verklaren (en het plebs enigszins in bescherming te nemen), hetgeen ik hier zal doen.

Het antipopulisme in de drie grote ideologieën

Allereerst is het van belang te onderkennen dat de drie grootste ideologieën – conservatisme, liberalisme en socialisme – alle (min of meer) antipopulistisch zijn.

Het conservatisme hanteert een wat platoons harmoniemodel van de samenleving waarin verschillende groepen op grond van verschillende talenten en taken verschillende verantwoordelijkheden moeten hebben, hetgeen de verantwoordelijkheid (en autoriteit!) voor het regeren bij een klasse der beroepspolitici legt. De conservatief zal zich kunnen vinden in de opmerking van Aristoteles dat boeren de ideale burgers in een democratie zijn, omdat boeren het te druk hebben met hun werk op het land om mee te willen of kunnen denken over politieke zaken zodat de boer zijn democratisch recht graag delegeert aan de professionele politicus die wel al zijn tijd aan het regeren kan besteden. De houding van een conservatief politicus tegenover de burger is er dus een van ‘gaat u maar slapen, ik waak over u’. De burger stemt er niet op basis van politieke opvattingen (want die heeft hij niet want hij heeft geen tijd of zin om zich met politiek bezig te houden), maar op basis van vertrouwen in de professionaliteit en integriteit van de door hem gekozen politicus (zodat een bekend worden dat hij is vreemdgegaan hem meer schade kan berokkenen dan slecht beleid). De burger wordt ook geacht zich niet met de inhoud van het beleid te bemoeien, omdat hij dan de inhoudelijke autoriteit van de (democratisch gekozen) bestuurder ondermijnt.

Het liberalisme heeft een uitgesproken afkeer en angst voor het plebs dus voor het populisme (hetgeen de reden is waarom met name D’66 zich profileert als tegenstander van de PVV), zodat het liberalisme een sterke rechtsstaat tegenover de democratie poneert om daarmee de rechten van het individu en de minderheden te garanderen tegenover een ‘tirannie van de meerderheid’.

Het socialisme is daarentegen van nature zelf populistisch (met een revolutionaire opdracht aan de massa), maar tegelijkertijd bewerkstelligt het sterk ideologisch karakter ervan (met de bestuurder als ingenieur van de maatschappij die zo een ideale samenleving ‘maakt’) dat regeren een wetenschappelijk-technocratische onderneming wordt, waarbij de huidige maatschappij zo complex is geworden dat alleen een hoogopgeleide, gespecialiseerde politicus (c.q. de hoogopgeleide überhaupt) nog weet wat er op het spel staat als er politieke beslissingen moeten worden genomen. Hierin schuilt de typische spanning tussen het oorspronkelijke populisme van de SP (die de laagopgeleiden – de massa – aantrekt) en de regenteske PvdA (die de hoogopgeleiden – de ‘intellectuele voorhoede’ – aantrekt) welke laatste partij elk politiek onderwerp te ingewikkeld voor de (laagopgeleide) burger acht om diens mening serieus te kunnen nemen (zo acht men het associatieverdrag tussen EU en Oekraïne te ingewikkeld voor een referendum maar als zelfs dat – wat betreft de voorliggende vraag (bent u voor of tegen meer samenwerking met een corrupt, failliet land dat in oorlog verkeert) in wezen uiterst simpele – verdrag al te ingewikkeld vindt voor de burger, dan kan men aannemen dat elk onderwerp te ingewikkeld wordt geacht voor de burger om mee te kunnen praten).

De kloof tussen burger en politiek

In de huidige politiek zien we deze drie antipopulistische tradities samenkomen – de burger en dan met name de laagopgeleide of ‘ongeïnformeerde’ burger die zich inhoudelijk met politieke zaken bemoeit, toont zich dom en onverantwoordelijk en zou zelfs een gevaar voor de democratie zijn – en in ieder geval vormen alle gevestigde partijen van links tot rechts een massief blok van regenten die de burger zo ver mogelijk op afstand plaatst. De burger krijgt zo het idee dat niet meer namens hem – zoals het een volksvertegenwoordiger betaamt – maar over hem wordt geregeerd. Daarmee komt de democratie onder druk te staan.

De spanning wordt nog versterkt doordat – om redenen die deze regenten goed zullen kunnen uitleggen (globalisering en zo) – het historische hoogtepunt van vrijheid en welvaart in West-Europa achter ons lijkt te liggen, zodat politici vaak een slechte boodschap moeten brengen en moeite hebben democratisch draagvlak voor hun ‘pijnlijke’ maatregelen te vinden. Dat wil zeggen: de gemiddelde burger moet telkens oude, verworven vrijheden, welvaart en zekerheden inleveren (de middenklasse wordt ook steeds verder uitgehold en tot onderklasse verdrukt), terwijl een elite exponentieel rijker en machtiger wordt. Zo zorgt bv. de internationalisering van de arbeidsmarkt dat de onderkant met steeds minder loon genoegen moet nemen (daar moet worden geconcurreerd met de laagstelonenlanden, resulterend in een race to the bottom) en dat de bovenkant zijn lonen omhoog trekt tot het hoogste internationale niveau (resulterend in een race to the top, zou je kunnen zeggen).

Een safe zone voor de elite

Uiteraard levert dit veel ongenoegen op bij de gewone burger die zich dan beklaagt bij de politiek bij wie hij een oplossing of op z’n minst toch gehoor verwacht. De burger verwacht immers steeds meer, zo niet alles, van de Staat dus van de politiek: de individualisering en het verdwijnen van de gemeenschapszin laten de burgers zich naar de politiek in plaats van de buurman, de familie en de eigen gemeenschap als oplossing voor hun zorgen en problemen richten (bv. niet de familie maar de Staat moet een inkomen garanderen bij ziekte of werkloosheid). Pogingen van de overheid om die hooggespannen verwachtingen te temperen en de verantwoordelijkheden weer meer bij de eigen omgeving van de burger te leggen (de 'participatiemaatschappij') doen daar nog niet heel veel aan af. Maar aankloppend bij de politiek stuit hij op een dubbele muur. Aan de ene kant heeft de politieke en intellectuele klasse zich steeds verder verschanst achter haar wetenschappelijke rapporten en lijkt zij niet in een taal te spreken die de burger verstaat. Sterker nog, die bestuurlijke en academische klasse wordt niet moe af te geven op de protesterende burger die ‘vanuit de onderbuik’ zou spreken of simpelweg onzin en gevaarlijke, racistische ideeën zou uitkramen. Iedereen die het waagt om kritiek te hebben op het regeringsbeleid c.q. de gevestigde ‘midden’-partijen wordt bij voorbaat weggezet als ‘extreem-rechts’ (of ‘extreem-links’, maar in ieder geval als extreem dus gevaarlijk en fout) en dus als islamofoob/xenofoob (dus als lijdend aan een psychische stoornis) of zelfs een racist of fascist (want het fascisme was immers ook een populistische revolte). Uiteraard wordt de ‘bezorgde burger’ (een geliefde term bij de gevestigden om zo ook subtiel via de stijlfiguur van de eufemisme de protesterende burger nog eens hartelijk te kunnen uitlachen) nog woedender om zo in de hoek met neo-nazi’s e.d. te worden geplaatst. Op dit punt aangekomen gaat de communicatie er onvermijdelijk onder lijden: de protesterende burger heeft er genoeg van om altijd te worden beschuldigd van racisme, bekrompenheid e.d., gaat ook schelden, althans zich minder respectvol uiten en op dat moment gaat het luikje bij de heersende klasse en diens bewonderende commentatoren helemaal dicht, want men eist wel respect van de burger, ook als men die dag in dag uit de huid heeft volgescholden en hem diens democratisch recht heeft ontnomen. Dan gaat men bv. op Twitter de criticus blocken of muten en dat Twitter zelf ‘een open riool’ noemen. De gevestigde orde heeft in feite ook het plebs 'gemuted' en – als een politiek rijke elite in een krottenwijk – een dikke muur om zich opgetrokken waarbinnen slechts nog met gelijkgestemden inhoudelijk van gedachten wordt gewisseld en waarvan niet alleen het plebs maar elke andersdenkende is buitengesloten (want voor de gevestigde orde is er geen verschil: de gevestigde politiek is 'redelijk' (zie het krantenartikel uit de Inleiding) zodat elke andere mening automatisch 'onredelijk' is). Ikzelf kan als voorbeeld dienen: ik ben intellectueel, scheld nooit, speel altijd de bal, maar al mijn kritiek of prikkelende alternatieven wordt door (aanhangers van) de gevestigden steevast geweerd door mij persoonlijk te bannen, blocken of muten. De heersende klasse heeft zo zichzelf een eigen safe zone gegeven waarin het zich vrijwaart van elke mening die niet in het eigen politieke straatje past. En de mening van de ander of het plebs hoeft niet eens te worden verboden waardoor de schijn van democratische vrijheid en openheid kan worden geveinsd, want die ongewenste mening kan zo eenvoudig door middel van repressieve tolerantie klein worden gehouden (zie ook http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2016/01/de-dissidente-mening-als-spam-over-de.html).

De tweede uitvlucht: de markt en de EU

Maar het wordt nog erger. Als de burger met zijn zorgen weet door te dringen tot de politieke klasse, dan leert hij dat de Nederlandse politiek niets kan doen omdat steeds meer belangrijke beslissingen moeten worden overgelaten aan de markt of de EU die beide niet democratisch aanspreekbaar zijn. Je zou kunnen denken dat men de markt tot nieuwe heerser heeft gemaakt omdat de werkelijkheid zelfs voor de beroepspolitici te ingewikkeld is geworden: het anticommunistisch argument van de neoliberalen voor marktwerking is immers de conservatieve opvatting dat de samenleving, net als het leven zelf, niet maakbaar is omdat het te complex is, zodat het beter is om via een natuurlijke evolutie het kaf van het koren te scheiden (de markt zal vanzelf elimineren wat niet (efficiënt) werkt). De EU lijkt daarentegen op een opzettelijk geschapen monster om de zo lastig geworden democratie te kunnen ontlopen: wat niet op nationaal dus democratisch niveau kan worden geregeld, kan altijd nog op Europees niveau via de EU en ondemocratisch worden afgedwongen (en de lobbygroepen van multinationals weten de EU dan ook altijd goed te vinden, waardoor de EU-bazen het waarschijnlijk al meerdere malen verwerkelijkte gevaar lopen naar de multinationals in plaats van de burger te luisteren zodat kapitaal en macht in de EU samenkomen).

De woede van het plebs

Het ‘plebs’ is hier woedend over, hetgeen begrijpelijk is omdat het handelen van de verantwoordelijke politici veel weg heeft van landverraad hetgeen de ernstigste politieke misdaad is: de politici hebben niet alleen onze vrijheid en welvaart maar zelfs de democratie en de nationale soevereiniteit verkwanseld zodat we er ook niets meer aan kunnen doen! Het enige wat dan nog resteert is een proteststem die ook echt wordt gevoeld (want 'wie niet horen wil, moet voelen'): dit verklaart waarom allerlei ‘redelijke’, ‘constructieve’ en ‘fatsoenlijke’ alternatieven geen succes zijn maar een Trump of Wilders wel. De reden is precies dat zij niet redelijk, constructief of fatsoenlijk zijn: zij schelden de gevestigde orde uit, dreigen sowieso alle beschaving af te breken en de gevestigde partijen raken al in paniek bij de gedachte dat deze ‘idioten’ de verkiezingen gaan winnen. Precies daarom stemmen zovelen op Trump of Wilders: via hen en alleen via hen kan men wraak nemen op de gevestigde politiek en deze op z’n minst flink laten schrikken. De favoriete politicus is niet constructief maar revolutionair dus destructief, precies omdat de stem op hem is bedoeld om de bestaande orde te ontregelen of zelfs te vernietigen. De volkeren willen hun democratische macht terug (die niet was gedelegeerd maar gemandateerd aan de beroepspolitici) en omdat die door de beroepspolitici is weggegeven aan de EU en andere internationale verdragen, richt de woede zich in inhoudelijke zin ook vooral op de EU en de globalisering: de populistische revolte heeft de vorm van een nationalistisch reveil (zoals de oorspronkelijke democratisering in de moderniteit ook een bevrijding van de internationale koningshuizen en adel was en een nationalistische vorm had). Zoals Brendan O'Neill met betrekking tot het Britse referendum over remain or leave de EU stelt: er kunnen duizenden redenen zijn waarom de EU goed voor ons is, "However, there’s one reason to leave which trumps all of those reasons to stay, and trumps them hard: popular sovereignty, the crucial right of a people to consent to the political system they are governed by." (http://www.spiked-online.com/newsite/article/love-democracy-then-leave-the-eu/18054#.VswQskXfXCQ). Uiteraard wordt dit nationalisme (aangevuld met een 'xenofobe' 'eigen volk eerst' precies omdat de beroepspolitici, met hun gerichtheid op internationale verdragen en universele mensenrechten, de rechten en belangen van het eigen volk hebben verkwanseld), door de politieke en intellectuele elite – min of meer moedwillig – misbegrepen als nazisme om de populistische opstand moreel te diskwalificeren.

De escalatie

Dat de politieke en intellectuele elite zich uit minachting heeft afgesloten voor de mening van de ander c.q. het plebs is niet alleen een vorm van intellectuele armoede maar ook van regenteske arrogantie, welke neerbuigendheid jegens de massa ook dom en onverantwoordelijk want onvrede- en populismeversterkend en dus contraproductief is: men blijft het plebs dat in protest op populisten stemt minachten, schofferen en inhoudelijk negeren, omdat die stem op die ‘idioten’ alleen maar bevestigt hoe dom, gestoord en onverantwoordelijk het plebs is, waardoor het plebs op zijn beurt steeds feller wordt in zijn afwijzing van de gevestigde orde zodat zo onderhand er onvermijdelijk een heuse strijd om de macht gaat losbarsten en een ware populistische revolutie in zicht komt. De eerste tekenen zijn niet alleen de groeiende populariteit van partijen en personen die zich tegen de gevestigde orde keren, zoals Trump in de VS, Front National in Frankrijk en Wilders in NL, maar ook de steeds sterker wordende roep om referenda zoals die met betrekking tot een Brexit in GB, het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne in NL en de vluchtelingen in Hongarije.

4 opmerkingen:

  1. Met kritiek op de democratie 'Platoons' te noemen, ben je natuurlijk nog niet van Plato af. De democratie is een slechte staatsvorm die is gebaseerd op macht: Geef het volk een stem, want het heeft macht. Doe je niet wat het verlangt, dan komt het in opstand. Dat is natuurlijk alleen maar buigen voor bedreiging. En zoiets kan nooit leiden tot goed beleid. 'Meeste stemmen gelden', is een ondoordacht besluitcriterium. Het volk kan morgen besluiten dat een en een 3 is.

    Landsbestuur is een wetenschap, economie is dat ook en staatshuishouding ook. Daar moet je mensen voor vrij stellen om daar een 40-urige werkweek aan te besteden. Beleid moet wetenschappelijk zijn onderbouwd, en niet op basis van een toevallige meerderheid gelden.

    Intussen moet dat volk niet als 'plebs' of als 'dom' worden gezien. Het volk is net zo hoog opgeleid als het bestuur. Vaak nog hoger. Het is alleen zo dat het volk andere dingen doet met die aanleg: mensen opereren, computers programmeren, en andere rete-ingewikkelde zaken die een hoge mate van specialistische kennis vereisen. Het is dus een kwestie van specialisatie: landen besturen of buiten het landsbestuur razend complex werk verrichten.

    Wat dat betreft mag er idd wel wat respectvoller over 'het volk' worden gesproken. Maar ik met mijn razend complexe 40-urige werkweek weet niet wat ik morgen zou stemmen als het over het associatieverdrag gaat. Ik zou daar best achter kunnen komen, maar ik heb gewoon geen zin om 250 p's tekst te lezen. Dat besteed ik graag uit.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo, anoniem! Je verdedigt in je reactie volgens mij het standpunt dat ik als conservatief heb geduid; als je wel eens op het CDA hebt gestemd, zou dat een mooie bevestiging van mijn indeling zijn ;-).

    Wat betreft het associatieverdrag ben ik van mening dat je dat verdrag echt niet hoeft te lezen om een afgewogen oordeel erover te kunnen vormen. Het gaat immers om een associatieverdrag waartoe de precieze invulling daarvan weinig relevant is: alles wat je moet weten is dat het Oekraïne en de EU dichter bij elkaar brengt en de vraag is simpelweg of dat een goede of een slechte zaak is. Jouw standpunt hierover lijk je aan het ja-kamp te hebben ontleend, omdat zij inderdaad betogen dat het verdrag te complex is voor het volk om er een afgewogen oordeel over te kunnen vormen. Ik vind dat een kulargument zoals ook het argument dat dit associatieverdrag geen EU-lidmaatschap impliceert: formeel is dat juist maar zowel de EU als Oekraïne zien het wel als een opstap naar EU-lidmaatschap en reeds dit associatieverdrag zelf is – zelfs bij monde van eerlijke voorstanders – zo verstrekkend dat het inhoudelijk al bijna een volwaardig EU-lidmaatschap van de Oekraïne betekent.

    Over die voorliggende vraag of zo’n associatie met Oekraïne goed of slecht is, kun je vervolgens een optimistische en een pessimistisch-cynische visie hebben hetgeen precies datgene is waarover het ja-kamp en het nee-kamp zijn verdeeld. Je kunt met het ja-kamp immers geloven dat zo’n associatie goed zal uitpakken voor zowel Oekraïne als de EU omdat het verdrag voorziet in het wegnemen van handelsbarrieres en het helpen oprichten van een rechtsstaat in Oekraïne hetgeen goed is voor de Oekraïners en voor de investeerders vanuit de EU. Ook kun je het verdrag opvatten als een urgent te nemen blokkade voor het Russisch imperialisme, gezien onder meer de Russische annexatie van de Krim. Het nee-kamp ziet precies deze zaken juist als een groot gevaar voor zowel Oekraïne als de EU: de enorme corruptie in Oekraïne kan zich op grond van het verdrag nu vrijelijk naar het Westen verspreiden, het zal ons alleen maar miljarden belastinggeld kosten dat er in een bodemloze put (lees: in de zakken van de oligarchen die er alle macht hebben) zal verdwijnen en het vormt juist de blokkade voor elke oplossing voor het conflict met Rusland aangezien hoe harder de EU aan Oekraïne trekt (bv. door middel van dit verdrag) hoe harder Poetin met geweld Oekraïne zal terugeisen zodat de oorlog er alleen maar bloediger en uitzichtlozer wordt.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. "[...]dat het Oekraïne en de EU dichter bij elkaar brengt[...]"
    "[...]een kulargument zoals ook het argument dat dit associatieverdrag geen EU-lidmaatschap impliceert: formeel is dat juist maar zowel de EU als Oekraïne zien het wel als een opstap naar EU-lidmaatschap en reeds dit associatieverdrag zelf is – zelfs bij monde van eerlijke voorstanders – zo verstrekkend dat het inhoudelijk al bijna een volwaardig EU-lidmaatschap van de Oekraïne betekent."

    De vraag - na jouw opmerking dat je het verdrag niet hoeft te hebben gelezen om je er een oordeel over te vormen - is natuurlijk: Hoe weet je dit?

    Maar goed, stel al dat dit verdrag zo'n opstap naar EU-entree is (ik begreep dat er met Turkije ook zo'n verdrag is maar dat dat al heel lang niet heeft geleid tot EU-lidmaatschap), dan is de vraag: Heeft het volk genoeg info of 'feeling' om dat wel dan niet goed te vinden? Een zeer diep nadenkende en peinzende filosoof zou immers na lange en diepe overwegingen zomaar op het idee kunnen komen dat er wel wat te zeggen valt voor de associatie van staten. Of cru gesteld: Dat er wel iets valt te zeggen voor het wegvallen van grenzen tussen staten en een nader tot elkaar komen van de mensensoort.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. De politiek-filosofische vraag zou hier kunnen zijn: is een associatie van staten altijd goed of zou men zijn vrienden beter zorgvuldig moeten kiezen? Bv. Kant die een grondlegger is van het idee van associatie der staten zag zo'n associatie alleen maar als wenselijk tussen vrije, liberale staten. De 'honger' van zijn navolgers is echter zo groot dat men telkens de omgekeerde weg kiest: elke corrupte, onderontwikkelde en mensenrechtenschendende staat erbij nemen om zo die staat vrij, liberaal en welvarend te maken. De ervaring leert dat dat geen onverdeelde succesformule is, zodat een waarlijk nadenkende filosoof daar toch vraagtekens bij zal zetten.

    BeantwoordenVerwijderen