maandag 3 augustus 2015

De transcendente afpersing

Naar aanleiding van dit stukje http://onrust.2fd.eu/2015/05/a-scary-view-on-the-roots-of-anti-semitism/ op de blog van Victor Onrust wil ik opnieuw iets (filosofisch) zeggen over antisemitisme. Wat daar wordt gesteld is inderdaad een oude theorie en kan door mij in een meer filosofisch kader worden geplaatst waarbij ik vooral de visie van Nietzsche zal uiteenzetten zoals met name door Josef Simon in z’n artikel ‘Nietzsche on Judaism and Europe’ is verduidelijkt. Het intrigerende ervan is dat hieruit volgt dat het jodendom de grootste revolutie in de menselijke geschiedenis en daarmee ook in zekere zin de grootste ‘bedreiging’ voor de mensheid heeft bewerkstelligd – waarvoor (dat is: voor de sublieme "grootse morele stijl") Nietzsche de joden overigens alleen maar bewonderde (“wij artiesten onder de filosofen zijn de joden daarvoor dankbaar”) maar dat tot ongenoegen van Nietzsche ook de grond van het antisemitisme vormt.

De revolutie van Socrates

Zoals elke traditionele samenleving waren de oude Grieken een relatieve ethiek gewend: elke gemeenschap heeft zijn eigen zeden en opvattingen – dat maakt de verschillende volkeren of gemeenschappen ook verschillend – en dat is prima. In de woorden van Sloterdijk: elk volk heeft zijn eigen immuunsysteem bij wijze van een cultuur van onder meer taboes en zeden ontwikkeld (het is ook een romantische opvatting dat een volk een organisch ontwikkelde entiteit is die als zodanig ook niet kan worden herschikt zonder het te doden (zoals links toch wil doen vanuit de maakbaarheidsopvatting die de gemeenschap als een machine opvat)). In onze postmoderne wereld is dit opnieuw populair geworden onder de naam ‘multiculturalisme’: individuen kunnen zich slechts ontplooien en zelfvertrouwen ontwikkelen binnen hun eigen groep en cultuur en de ‘ontworteling’ van een individu door hem ‘universele’ (in werkelijkheid: westerse) waarden op te leggen kan alleen maar desastreuze gevolgen hebben. Zoals bekend waren de oude Grieken zelfverzekerd genoeg over hun eigen cultuur zodat ze de andere volkeren op denigrerende wijze ‘barbaren’ noemden. Het waren de Griekse filosofen die dat zelfvertrouwen fundamenteel begonnen aan te tasten (als typische ‘weg-met-ons’-predikers zou je de filosofen typisch links kunnen noemen): onder meer als zeevarend volkje ontmoetten de oude Grieken zo veel verschillende culturen en gebruiken dat de filosofen de vraag gingen stellen waar ethiek eigenlijk op is gebaseerd en waarom die van de Grieken de beste zou zijn. Met name Socrates maakte het zoals bekend erg bont door er een dagelijkse bezigheid van te maken aan te tonen dat het Griekse zelfvertrouwen nergens op is gebaseerd omdat geen enkele Athener zijn (Griekse) opvatting van rechtvaardigheid kon funderen. Socrates hoopte dat de rede ons zou kunnen vertellen wat rechtvaardigheid en andere belangwekkende zaken is. Belangrijke volgelingen van Socrates in dit opzicht zijn de cynici, die zelfbewust het publiek shockeerden met hun onconventioneel gedrag, en de stoïcijnen. Centraal in deze filosofische ethiek is de gedachte dat je jezelf kunt oefenen in je redelijke vermogens zodat je wijs kunt worden en de juiste ethiek kunt vinden: de juiste ethiek is universeel (elk mens beschikt over rede) en wij kunnen haar vinden en meedelen door te participeren in de Logos (universele rede). Uiteraard levert dit veel meningenstrijd op – zo veel filosofen, zo veel meningen – maar je kunt hopen de ander te overtuigen op basis van rationele argumenten. De belangrijkste vertegenwoordiger in de moderne tijd is in dit opzicht Kant die – tegen onder meer Hume en andere sensualisten – de bron (of vorm) van goed en kwaad uitdrukkelijk in de Rede zocht, resulterend in zijn beroemde categorisch imperatief als de noodzakelijke en daarmee universele vorm van de zedenwet.

De revolutie van de joden

Zoals bekend moest Socrates boeten met de dood voor zijn ondermijning van de ethiek als conventioneel bepaald, maar de joden zouden nog iets veel verschrikkelijkers doen. Zoals ik al in http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/08/de-religieuze-onverdraagzaamheid-jegens.html beschreef hebben de joden volgens Nietzsche een slavenopstand in de moraal bewerkstelligd waarbij het relatieve goed vs slecht is verruild voor het absolute kwaad vs goed. Opnieuw, de machthebber noemt zichzelf goed en het plebs is slecht. Elke machthebber kan zo zijn eigen wetten als ‘goede’ wetten invoeren (hetgeen mooi past bij het multiculturalisme waarbij de conservatieven slechts menen dat dat wel werkt tussen Staten maar niet binnen één Staat omdat één Staat slechts één rechtssysteem kan hebben en dus moet zijn gebaseerd op één dominante cultuur). De zo gevormde rechtssystemen zijn aldus relatief in tweeërlei zin: elk volk en machthebber heeft zijn eigen wetten (de ‘nationale soevereiniteit’) en er is geen tegenstelling maar rangschikking van hoog (goed) naar laag (slecht). Vanuit hun toestand van onderdrukking reageerden de joden hierop: het goede wordt het kwade en het slechte wordt het goede. Dit is meer dan een omkering want behelst ook een tweeërlei verabsolutering: een tegenstelling neemt de plaats in van een rangschikking en wat kwaad en goed is is onafhankelijk van welk actueel bestaand rechtssysteem dan ook. Tegenover welk actueel rechtssysteem dan ook, dat onvermijdelijk komt en gaat, poneerde het jodendom een eeuwige ‘sublieme’ (transcendente) moraal. In de moderne tijd noemen we die moraal ook wel natuurrecht dat door de joden is gebaseerd op een goddelijke openbaring. Waarheid is aldus niet meer gelegen in de universele rede, zoals de filosofen meenden, maar in een concrete openbaring van God aan één volk, namelijk het joodse volk.

Subjectiviteit is de waarheid

Waar de Griekse filosofen hun hoofd braken over hoe het subject kan participeren in de objectieve waarheid (bij Plato resulterend in de leer van een onsterfelijke, aan de Idee verwante ziel), breekt het joden- en christendom het vertrouwen in de universele rede en objectieve waarheid helemaal af: de Waarheid die bij uitstek atemporeel of ahistorisch moet zijn (zoals Plato en de andere filosofen niet moe werden aan te tonen) openbaarde zich nota bene op een bepaald moment in de tijd. Eerst ontving Mozes de wetten van God en daarna zou Christus nog een tweede absurditeit toevoegen waardoor de rede definitief uitgeteld op de vloer ligt: de Waarheid werd mens en gekruisigd. Vaak wordt gedacht dat religieus geloof minder zeker is dan wetenschap (vanwege de secularisering en de betekenisoverlap tussen geloven en vermoeden) maar in werkelijkheid is wetenschap institutioneel scepticisme en – zoals Kierkegaard betoogde – sowieso geen waarheid waarin je kunt leven, terwijl het geloof een kwestie is van vertrouwen dat een innerlijke, subjectieve zekerheid is (zoals we in iemand kunnen blijven geloven, wat er ook gebeurt). Het jodendom bezit aldus als uitverkoren volk de innerlijke zekerheid dat het de Waarheid (omtrent goed en kwaad) is gegeven. Hiermee is trouwens ook het filosofische probleem opgelost hoe een subject in de objectieve waarheid kan participeren: in plaats van op te stijgen naar het Ene en je individualiteit te verliezen zoals bij de oude Grieken, is er slechts de directe verbinding tussen het individuele subject en het Goddelijk Subject (waardoor religie ook qua vorm literatuur wordt). En die Waarheid is bovenredelijk zodat je hem niet zelf kunt vinden: slechts de leden van de geloofsgemeenschap hebben toegang tot die Waarheid. Nu is dat niet persé typisch joods: in feite heeft het christendom (en weer later de islam) hetzelfde trucje herhaald waardoor de christelijke gemeenschap – de kerk – het uitverkoren volk is geworden dat de Waarheid bezit (en die via haar missionarissen over de hele mensheid heeft willen verspreiden). In dit verband is het ook vermeldingswaardig dat Nietzsche geen wezenlijk onderscheid maakte tussen het jodendom en christendom: de in de discussies over het multiculturalisme vaak gehoorde term ‘joods-christelijke cultuur’, welke term vele joden getergd doet afvragen waarom zij opeens in hetzelfde clubje als de christenen zijn ingedeeld, heeft vermoedelijk haar oorsprong in het denken van Nietzsche die al benadrukte dat het joden- en christendom dezelfde plant der ressentiment betreft met daarbij het jodendom als de wortelen van de plant (de boodschap van haat) en het christendom als haar aanlokkelijke bloemen (de boodschap van liefde) waarmee het de hele wereld heeft bedwelmd en vergiftigd.

De botsing der machten

Het ‘probleem’ met joden en christenen (en moslims) voor machthebbers is dat hun innerlijke zekerheid van de door God geopenbaarde juiste opvatting van goed en kwaad – en daarmee het juiste rechtssysteem – elk wereldse, toevallig in deze of gene Staat geïmplementeerde rechtssysteem impliciet bekritiseert en ondermijnt. Reeds de aanwezigheid van joden, christenen of moslims impliceert een eis van politieke revolutie (welke revolutie inmiddels ook in de moslimwereld is uitgebroken) en streven naar de realisatie van een utopie als Gods Koninkrijk op Aarde, hetgeen Steiner in Onrusts stukje “the blackmail of transcendence” noemt. Zoals alle moslimkinderen in de klas ‘Allah’ antwoordden toen Hirsi Ali aan hen vroeg of de wetten van Nederland of de wetten van Allah voorrang hadden, zo heeft men ook nooit de joden (of christenen) kunnen vertrouwen. Dit verklaart ook de massale vervolging van christenen in de niet-christelijke landen en hierop is zelfs het christelijke concept van martelaarschap op gestoeld: je bent een martelaar als je je geloof in Christus niet verloochent, ook als dat de (martel)dood betekent. Maar het is niet alleen wantrouwen ten aanzien van de loyaliteit aan de Staat en de erosie van elke wereldse macht door de revolutionaire kritiek vanuit een absolute, transcendente ethiek, maar ook angst voor die ondermijnende kracht vanwege de standvastigheid van de gelovige joden, christenen en moslims: die innerlijke zekerheid die alleen deze gelovigen hebben, maakt ze als het ware onoverwinnelijk (waarbij elk slachtoffer in eigen kamp wordt gevierd als martelaar). Nietzsche merkte op dat in de grote Europese oorlogen die hij al voorzag de Joden als ‘sterkste ras’ van Europa – net als de Russen overigens – zeker een belangrijke factor zullen worden.

Waarom de strijd nog niet is gestopt

Bovendien garandeert de transcendentie van de waarheid en de verabsolutering van het subjectivisme die de monotheïstische religies gemeen hebben een eindeloze strijd: strijd is onvermijdelijk omdat elke wereldse macht omver moet worden geworpen totdat Gods Koninkrijk is gevestigd, wel doel nooit wordt bereikt, en het subjectivisme maakt dat iedereen zijn eigen absolute ethiek heeft die universeel moet gelden zodat – in de woorden van Jezus zelf in Matteüs 10:34-36 – het zwaard zelfs tussen vader en zoon zal komen staan (zodat in de VS bij wijze van spreken iedereen een eigen kerk begint). De vrede die Europa heeft bereikt is het gevolg dat men de eindeloze oorlogen beu werd, zodat de leer van tolerantie populair werd (en de politieke macht van de kerken in gelijke mate afnam) en het liberalisme ons leerde te strijden met woorden (al dan niet in de rechtszaal) in plaats van met wapens, ondersteund door de christelijke leer van subjectivisme en naastenliefde. Met name de islam heeft die lessen nog niet geleerd en lijkt zijn pijlen nu vooral te richten op de joden zelf. Qua religie hebben jodendom en islam veel gemeen, maar in de geopolitieke verhoudingen zijn ze elkaars tegengestelden: de joden hebben zich als klein maar zelfverzekerd volk in de diaspora nooit tegen een ander volk gekeerd (zoals de Europese naties zich tegen de andere hebben gekeerd in een poging zo een identiteit te krijgen en zelf een volk zoals het joodse te worden) en zijn waarlijk kosmopolitisch (waardoor men ook kan stellen dat Europa in hoge mate is gevormd door de joodse ‘absolute’ waarden zoals die van de Universele Rechten van de Mens: zie voorts http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/04/het-gelijk-van-de-genocideplegers.html), terwijl de moslims een groot maar vernederd volk vormen dat zich – gelijk nazi-Duitsland – in toenemende mate zichzelf definieert als anti-westers en dat de strijd met het Westen wenst te voeren met daarbij als eerste prioriteit de uitroeiing van de joden als de bron van de westerse arrogantie zoals haar kolonialisme en zogenaamde universele waarden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen