vrijdag 7 augustus 2015

Een lesje in theodicee en christelijkheid

Kan de christelijke God een mens bevelen zijn kind te doden?*

Een belangwekkende religieuze of theologische kwestie is het Bijbelverhaal van Abraham die van God zijn kind moet offeren. Zeker het christendom ziet God als goed (als moreel goed of als liefde) zodat dan de vraag rijst hoe we zo’n bevel – aangenomen dat God werkelijk dat bevel heeft gegeven – moeten rijmen met het idee dat God goed is. In feite is dit het scherpste geval waarvoor we een theodicee moeten zoeken: in het algemeen wordt gevraagd hoe God al het kwaad in de wereld kan toestaan (met Epicurus' paradox dreigend op de achtergrond) waarop het antwoord er dan meestal op neerkomt dat God niet almachtig is in de zin dat God wel alles kan wat mogelijk is maar dat hij niet het onmogelijke kan (zelfs God kan geen vierkante cirkel tekenen) en dat de ideale wereld helaas onmogelijk is en/of dat hij opzettelijk zijn macht heeft beperkt om de mens het grotere goed van vrijheid te geven waardoor de mens dan wel kan kiezen om kwaad kan doen. Deze uitwegen zijn in Abrahams geval niet meer mogelijk: hier heeft God zijn handen er niet vanaf moeten trekken maar beveelt hij zelf tot het kwade. Is hier een theodicee mogelijk? Ik denk dat we daarvoor moeten onderzoeken wat we eigenlijk bedoelen met ‘God is goed’. 

Ik zal eerst wat historische observaties geven. De traditionele visie is denk ik dat God goed is omdat God machtig is (van oudsher kwalificeert de machthebber zichzelf als goed in de zin van vooraanstaand en is het onmachtige plebs ‘slecht’ in de zin van onbelangrijk) en omdat God rechtvaardig is (God beloont zijn trouwe dienaar en straft de zondaar/wegloper). Al iets progressiever of filosofischer is het idee dat de Schepper goed is omdat iets maken/scheppen/ordenen goed is en iets kapotmaken/vernietigen/wanorde kwaad is. Om die reden is de wereld c.q. de Schepper zelfs bij Schopenhauer niet volstrekt slecht omdat een volstrekt kwade wereld überhaupt niet kan bestaan en iets volstrekts kwaadaardigs niets kan scheppen: ‘zijn’ c.q. iets tot stand brengen is altijd iets positiefs en alles wat is is dus in wezen goed. De christenen maakten van dit metafysisch goede ook een moreel goede, omdat God als Jezus zonder zonden was en vergeving en de moraal leerde, waarbij als we de filosofie betrekken ook Plato’s Idee van het Goede inspireerde: zoals de Zon eerst al het zijnde en alle kennis mogelijk maakt, ontlenen de Ideeën hun volmaaktheid aan het Goede op zichzelf en zo ook is God de bron van al het goede – nu naast het zijn in algemene zin ook de verbindende kracht van liefde in bijzondere zin – in de wereld.

In de moderne tijd zien we twee grote moraalsystemen tegenover elkaar staan: de deontologische ethiek van Kant en het utilitarisme. Het probleem van Kants moraalleer is dat die ‘metafysisch’ is (en het moreel goede daarom ook in een sfeer van vrijheid kan plaatsvinden): een handeling is goed of slecht, ongeacht haar gevolg in de fysieke wereld die sowieso causaal gedetermineerd is. Het probleem met het utilitarisme is dat we de gevolgen van ons handelingen nooit kunnen overzien, zeker niet op lange termijn, waardoor deze moraalleer sowieso niet praktisch hanteerbaar is en we ons wel moeten verlaten op Kants moraalleer met haar onvoorwaardelijkheid. Maar zoals Kant ook betoogt, hebben we God dus religie (eigenlijk slechts) nodig om de brug te kunnen slaan tussen moraal (die autonoom is: we hebben geen religie nodig om te weten wat goed en kwaad is) en natuur dus om het moreel goede te verbinden met geluk als het ‘wereldse’ goede: de goede, rechtvaardige God verzekert ons dat de moreel goede mens gelukkig en de moreel slechte mens ongelukkig zal worden, desnoods in het hiernamaals (Kant was pessimistisch genoeg om het optimisme van de oude Grieken dat het goede zelf het geluk impliceert niet te delen: hij achtte het hiernamaals beslist nodig want in deze wereld zien we vrijwel nooit dat goede mensen gelukkig zijn of dat slechte mensen ongelukkig zijn). Maar dit biedt ook een weg om Gods bevel om je kind te doden te begrijpen: wij kunnen de gevolgen van daden niet overzien, maar God bij uitstek wel! God heeft ons Kants moraal gegeven als een moraal die voor ons hanteerbaar is, maar hanteert zelf een meer utilistische moraal, zodat God ook alle effecten van daden in beschouwing neemt, hetgeen Gods wegen zo ondoorgrondelijk voor ons maken: wij weten immers niet waartoe het een of het ander zal leiden (maar God wel!).

De strekking van Abrahams offerverhaal lijkt dit te onderstrepen: God beval Abraham iets immoreels te doen en uiteindelijk liet God het niet gebeuren (zodat ons vertrouwen in de moraal niet werd geschonden). Waar het echter om gaat is dat je op God moet vertrouwen, zodat je zijn immorele bevel toch moet gehoorzamen. God weet immers meer dan jij. ‘Credo quia absurdum’: geloof is geen volgen omdat je het begrijpt maar juist volgen c.q. op God vertrouwen omdat je het niet begrijpt. Geloof is Kierkegaards sprong in het diepe wagen in de hoop dat God je opvangt. Geloven is je kind naar het offeraltaar brengen als God daar om vraagt in het vertrouwen dat God iets goed met jou en je kind voor heeft, ook als je dat zelf niet kunt begrijpen.


* Ikzelf ben een overtuigd atheïst (altijd geweest), maar waarschijnlijk vanwege mijn filosofische geneigdheid genoot ik als kind altijd van theologische discussies (en keek ik als kind ook het liefst naar de EO): de kwesties die gelovigen aansneden prikkelden mijn kinderlijke filosofische geest (zonder mij overigens ooit aan mijn ongelovigheid te kunnen doen twijfelen). Door mijn latere filosofisch-historische studie ben ik steeds meer gaan begrijpen welke filosofische en historische zaken een rol speelden in de ontwikkeling van het heidense en het christelijke denken (met de moderniteit als grote synthese van het christendom en de heidense, antieke erfenis), zodat ik ook de volgende theologische kwestie in dat perspectief zal plaatsen.

6 opmerkingen:

  1. Het mooie van de meest universele, en tegelijk de meest locale wereldreligie, het animisme, waarvan ik het meest in Haiti heb mogen meemaken als Vodou, is dat het zowel een monotheistische, doch nauwelijks persoonlijke, en nagenoeg ondoorgrondelijke God kent, ongetwijfeld geleend van het christendom, en een heel pantheon van halfgoden die zich wel degelijk met de mens bemoeien; eigenlijk niet veel verschillend van het hindoeisme zonder de kasten en reïncarnatie. Dat laatste begrijpen ze heel makkelijk. De rol van geloof is zeer gering, alles gaat om het praktisch uitvoeren van riten, maar met name om de beleving en resultaten. Daarnaast is het animisme niet asexueel, integendeel. Dit is een zeer elegante oplossing van het monotheïstische probleem van het kwaad, en geeft deels antwoord Dawkins´ vraag: ´waarom lijden dieren?´ De andere was paus Benedictus beschrijving van de islam in een controversiële toespraak, waar of niet, dat Allah boven goed en kwaad staat en dus niet als de christelijke God ´goed´ is. Maar er zullen wel filosofen zijn geweest die dit concept eerder bedacht hebben.

    De kanker van het evangelisch cristendom verwoest het animisme, mede omdat het wel het belevingsaspect, en vaak ook dat van snel resultaat gemeen heeft. Maar de elegante wereld van halfgoden, geesten en/ of voorouders wordt als satanisch gezien en verworpen. Kost wel enkele generaties.

    Eenzelfde verwoesting gebeurt in de Afrikaanse urbane omgeving: Hun animisme is zeer lokaal (Vodou is eigenlijk al een west Afrikaanse synthese uit de vroege slaventijd), zodat de religies van stammenculturen in de sloppenwijken een zeer verwaterde mix, worden, verder gecorrumpeerd door verlies van talen, druggebruik en opnieuw: het evangelisme.

    Dan krijg de abberaties als pseudosekten, albinomoorden, homomoorden, en dodelijke exorcismen, allemaal pas ontstaan ruim na de koloniale tijd.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Geloof c.q. gerichtheid op waarheid is kenmerkend voor het jodendom, christendom en islam: meer traditionele religies zijn sowieso meer gericht op rituelen en 'meedoen'. Het woord 'religie' zou ook naar die traditionele betekenis verwijzen: 'relegere' betekent 'nauwgezet in acht nemen' (zoals Cicero observeert) en 'religere' betekent 'goed binden' (en onder meer Machiavelli analyseert de functie van religie inderdaad als het binden van een volk waardoor volgens hem de Romeinen goed begrepen dat je religie moet hebben om een volk sterk te maken). Dat maakte de traditionele religie ook 'tolerant': een nieuwe religie kon eenvoudig worden geïncorporeerd (je neemt gewoon een ritueel van die nieuwe religie over en zet de bijbehorende god bij je pantheon) en omgekeerd hoeven de nieuwe leden slechts mee te doen met jouw rituelen.

    'God is liefde' is inderdaad een christelijk concept: voor joden en moslims is God veel meer de bron van alles, inclusief het kwaad (met in de islam ook de 99 namen - kenmerken - van God), zodat hun God bovenal vreeswekkend is. Sowieso is het kenmerkende voor het christendom dat het alle rituelen en geboden afschaft ten gunste van het ene gebod van naastenliefde.

    De toenemende homo-intolerantie in de niet-westerse landen zoals in Afrika zou inderdaad te maken hebben met de toenemende evangelistische, protestantse christendom. Over die christelijke intolerantie heb ik al geschreven: http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/08/de-religieuze-onverdraagzaamheid-jegens.html

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wordt de slaafsheid van gelovigen gesymboliseerd door Abraham, van wie in de Bijbel gezegd wordt dat hij aan God zó trouw was dat hij bereid was zijn zoon te offeren? Geen slaafsheid, maar eerder de moed van het geloof. Volgens Søren Kierkegaard zou Abraham er ook van overtuigd geweest kunnen zijn, juist door zijn sterke geloof in God, dat zijn zoon Isaak gered zou worden ‘door het ongerijmde’..
    Zie verder:
    https://godenenmensen.wordpress.com/2012/02/15/abraham-wist-dat-god-zijn-zoon-isaak-niet-zou-opeisen/

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Leuk dat je hebt gereageerd en welkom op mijn blog! Ik weet dat voor Kierkegaard het verhaal van Abraham en Isaak cruciaal is en daarmee filosofisch ook bewust met m.n. Kant breekt (en bij mijn schrijven van bovenstaand artikeltje had ik uiteraard de hele tijd Kant en Kierkegaard in mijn achterhoofd). Voor Kierkegaard is Kant een typisch voorbeeld van het ethische stadium (dat hoger is dan het esthetische stadium): de mens wordt hier gedreven door zijn moreel plichtsbesef maar Kierkegaards kritiek erop is verwant met die van de latere Nietzsche: de moraal (van Kant) is universeel en onpersoonlijk ("Ik wil een persoonlijke moraal!" zou Nietzsche zeggen), zelfs zo universeel dat ook God er niet aan kan ontsnappen (alleen hoeft God die moraal niet te gehoorzamen in de zin dat God vanzelf het moreel goede doet in plaats van dat Hij zoals bij de mens zijn neiging moet onderdrukken ten gunste van de moraal). Juist zo'n Kantiaanse filosofie maakt Gods bevel om je kind te doden zo problematisch. Maar Kierkegaard stelt een nog hoger levensstadium, namelijk het religieuze waarin het om een persoonlijke relatie met God gaat (het objectieve van de moraal is verruild voor het subjectieve van het geloof: 'subjectiviteit is de waarheid'). In dit stadium is er geen objectieve zekerheid maar subjectief vertrouwen. Kierkegaard verwijst hierbij naar Socrates die besluit de gifbeker te drinken: Socrates weet niet of er leven na de dood is ("het enige dat ik weet is dat ik niets weet") maar hij vertrouwt erop en neemt de sprong in het onzekere om verder te kunnen komen. Zo ziet Kierkegaard ook het geloof: het is een sprong in het onzekere om verder te komen. Het absurde in het Kierkegaard-citaat in je link gaat mijns inziens niet alleen over dat God zijn bevel kan intrekken maar ook over dat we Gods bevel niet kunnen begrijpen maar dat dat juist de kern van het geloof is. Overigens, Kant was niet zo'n rationalist als Leibniz en was met betrekking tot de theodicee (waarmee Leibniz zo beroemd is geworden) juist erg sceptisch: we kunnen Gods bedoelingen niet doorgronden, precies omdat we de noumenale wereld en de fenomenale wereld niet kunnen verenigen zoals God dat kan, en mijn oplossing is eigenlijk vooral Kants oplossing (al gebruikt Kant daartoe niet het verhaal van Abraham maar het verhaal van Job).

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Veel westerlingen zijn vreemdelingen in hun eigen cultuur.Voor hun is het christendom een onbekend fenomeen geworden.Velen denken dat Griekenland en Rome model staan voor de antieke beschaving, die vernietigd is door christelijke barbaren, die de wereld in de donkere middeleeuwen stortten, en dat de beschaving gered is door de Renaissance, en pas de Verlichting ons de ogen opende voor de moderne wetenschap, het marktstelsel en de moderne democratie.Maar,het is simpelweg niet waar.In het oude Griekenland en Rome had een mensenleven weinig waarde.Drie eeuwen lang werden de christenen vanwege hun geloof door de Romeinen wreed vervolgd.Keizer Nero begon de vervolging van christenen en velen volgden zijn voorbeeld. Christenen werden onder meer ter vermaak afgeslacht.Gekruisigd, levend verbrand of verslonden door wilde dieren.In de arena werden ze verscheurd en verslonden door leeuwen en tijgers in het voorprogramma van de echte voorstelling, de gladiatorengevechten.Ondanks de nietsontziende vervolging, verspreidde het christendom zich in Rome razendsnel... Het Christendom heeft van ons Europese barbaren beschaafde mensen gemaakt.Het Christendom heeft in Europa enorme invloed op de samenleving als geheel, kunst, taal, politiek, recht, het gezinsleven, onze tijdsrekening, muziek, en zelfs de manier waarop we denken. Dit alles is gekleurd door de christelijke invloed van bijna twee millennia...In de kloosters werden scholen opgericht, die een enorm belangrijke rol hebben gespeeld.Het Concilie van Nicea van 325 n.Chr. was de eerste internationale kerkelijke vergadering en daar werd besloten dat elke stad met een kerk ook een ziekenhuis moest hebben. In de middeleeuwen vind je inderdaad overal in Europa ziekenhuizen, vaak verbonden aan kloosters.Kloosters in heel Europa,werden ook centra van productiviteit, studie en kennis.De oudste universiteiten in Europa zijn begonnen als christelijke instelling.Slavernij is in de Christelijke wereld als eerste afgeschaft onder invloed van de Christelijke moraal.De mensenrechten (inclusief die van vrouwen en kinderen) hun wortels hebben in het Christendom.De vrouw werd in Jezus’ dagen als minderwaardig en zo’n beetje als een niet-persoon beschouwd tot zijn leer werd gehoord en gehoorzaamd.Vrijwel alle Verlichtingsdenkers waren vrome Christenen.De geschiedenis van het Christendom is feitelijk de geschiedenis van de Westerse beschaving…LANG LEVE CHRISTELIJKE EUROPA!…

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Ik ben het met je eens, al ben ik zelf geen gelovige christen. In dit artikel zeg ik ook e.e.a. over wat jij schrijft (maar welk artikel je als gelovige christen misschien toch ook weer niet zo zult waarderen?):
    http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/09/het-christendom-als-het-einde-van-de.html

    BeantwoordenVerwijderen