zondag 10 mei 2015

Ex Machina: filmrecensie en uiteenzetting over kunstmatige intelligentie

Onderstaande is mijn filmrecensie van de film 'Ex Machina' (http://www.moviemeter.nl/film/98608) die momenteel in de bioscopen draait. Omdat het niet alleen een recensie maar ook vooral een uiteenzetting over kunstmatige intelligentie - het onderwerp van de film - is, heb ik besloten om het niet alleen op moviemeter.nl maar ook op deze blog te plaatsen.

In feite is Ex Machina de echte ‘Imitation Game’ (http://www.moviemeter.nl/film/97636): waar die filmtitel eerder werd gebruikt om vooral de man die de ‘Imitation Game’ bedacht, Alan Turing, zelf te duiden als autistische man (in de trant van: de man die wel de Enigma-code maar niet de code van de menselijke interactie wist te kraken), is de opzet van de film Ex Machina de Turing-test zelf of althans een variatie daarop: zet mens en robot (in dit geval de menselijke tester Caleb en de mooie vrouwrobot Ava) bij elkaar en kijk of de robot echte intelligentie vertoont. Net als in de mijns inziens slechte KI (=kunstmatige intelligentie)-film Her (http://www.moviemeter.nl/film/95355) is de robot Ava reeds volmaakt menselijk in haar gedrag, zodat ze glansrijk voor de test slaagt zonder dat we veel leren over de technische kant van deze prestatie (in de film wordt dat begrijpelijkerwijs ook opzettelijk vermeden: de maker van de robot benadrukt erin dat hij geen college gaat geven over hoe hij de KI heeft gemaakt, maar dat hij slechts wil dat de test wordt uitgevoerd, al krijgen we wel wat aanwijzingen). Het spannende of leuke van de film is nu dat de Imitation Game allengs een serieus spel wordt, hetgeen ook een logisch gevolg lijkt te zijn van echte intelligentie of bewustzijn: zoals in de film ter sprake gebracht kan bv. een schaakcomputer wel van elk mens winnen met schaken, maar omdat dat louter op rekenkracht in plaats van intelligentie berust is een schaakcomputer niet bewust van zichzelf of dat het überhaupt kan schaken, laat staan dat het ernaar streeft te winnen. Maar dat verandert allemaal zodra er sprake is van echte intelligentie (vooropgesteld dat de robot ook – automatisch met bewustzijn? – een wil en in het bijzonder een wil tot winnen en overleven heeft gekregen).
 

Om te testen of een schaakcomputer werkelijk intelligent is, moet het ook intelligent reageren in situaties waarvoor het niet is geprogrammeerd: het moet een bewustzijn vertonen. De Turing-test berust op een functionalistische filosofie (de opvatting dat er geen entiteit ‘ziel’ naast het lichaam bestaat, zoals Descartes wel meende, maar dat de term ‘ziel’ slechts verwijst naar gedrag, waarbij de psychologie de empirische vorm van deze opvatting, het behaviorisme, hanteerde waarin het slechts om de waarneembare input-output gaat zonder iets te beweren over de ‘black box’ daartussen): het heeft geen zin te speculeren over bewustzijn (in feite kunnen we net zo min aantonen dat een ander mens een bewustzijn heeft als dat we kunnen aantonen dat een computer een bewustzijn heeft) en een computer is geslaagd voor de intelligentietest als zijn antwoorden op al onze vragen niet verraden dat het een machine in plaats van mens is. Maar evengoed zag Descartes al scherp dat een intelligent wezen iets doet wat een mechanische, algoritmisch handelende machine niet kan: adequaat reageren op elke situatie zonder daarvoor te (kunnen) zijn geprogrammeerd, omdat precies daarvoor een bewustzijn nodig is (en Descartes daarom een ziel als aparte substantie aanwezig achtte bij de mens). Ook in de Turing-test wordt de KI in feite getest op Descartes’ criterium: kan de computer op elke hem voorgelegde situatie adequaat reageren, dus ook op situaties waarvoor hij niet is geprogrammeerd (dus waarin hij ‘zelf’ iets moet bedenken)? De tester zoekt dan ook naar vragen waarvan hij vermoedt dat de antwoorden niet al door de programmeur in de computer zijn gestopt.

De moeilijkheid van KI lijkt me de paradox dat een computer per definitie is geprogrammeerd, dus hoe kan het dan intelligent gedrag vertonen waarvan de definitie juist is dat dat gedrag niet geprogrammeerd is voor specifieke taken? Bv. de vraag of een dier zelfbewustzijn heeft is eenvoudig te beantwoorden: zet het voor een spiegel en kijk hoe het reageert. Onder meer mensapen, dolfijnen en olifanten blijken dan zelfbewustzijn te hebben omdat zij voor de spiegel typisch gedrag vertonen dat naar zelfherkenning verwijst. Nu is het evident dat deze dieren niet zijn geprogrammeerd om dergelijk vreemd gedrag voor de spiegel te vertonen (dit typische gedrag heeft ook geen evolutionair voordeel), zodat het wel om echte zelfherkenning moet gaan. Maar als een robot dit typische gedrag voor de spiegel vertoont, moet men zeker niet uitsluiten dat de programmeur dit gedrag heeft geprogrammeerd zodat het gedrag slechts imitatie van zelfherkenning in plaats van echte zelfherkenning is en de programmeur ons in feite voor het lapje houdt (zoals ook in de film de maker van de robot wel met een goochelaar wordt vergeleken). Paradoxalerwijs is echter precies dat vermogen tot bedrog en misleiding – dus zelfbewuste imitatie – een wezenlijk kenmerk van intelligentie: biologen geloven dat het geen toeval is dat we intelligent gedrag eigenlijk alleen bij sociale dieren aantreffen dus bij dieren die in een hechte groep leven. Intelligentie is waarschijnlijk onder evolutionaire druk ontwikkeld in de vorm van sociale intelligentie die empathie vereist: zoals ik al enigszins betoogde in Geband van Joop: Het altruïsme van de terrorist - gebandvanjoop.blogspot.nl is empathie niet alleen een basis voor altruïstisch gedrag (dat bv. aanspoort een soortgenoot in nood te helpen), maar ook een basis voor het kunnen leren door de ander na te doen en voor a-sociaal gedrag om de ander voor eigen voordeel te kunnen manipuleren. Immers, als je je kunt inleven in de ander, dan kun je zijn gedrag voorspellen en vervolgens dat gedrag manipuleren (en in feite berust dat dan weer op de aanname dat het gedrag van de ander 'geprogrammeerd' is om voorspelbaar te kunnen zijn, zelfs als die ander intelligent is). Zo zien we al bij een bepaalde apensoort een typisch voorbeeld hiervan: als een aap iets lekkers op de grond vindt, dan geeft hij aan de groep het waarschuwingssignaal van een luipaard waardoor de rest de bomen in schiet en hijzelf het lekkers kan opeten zonder met anderen te hoeven delen. Het sterke van de film Ex Machina is nu dat het dit thema van manipulatie, dat weer berust op imitatie, dat zo wezenlijk is voor intelligentie goed exploiteert: in de driehoeksverhouding Nathan (de maker van de robot Ava), Caleb (de tester) en Ava (de robot) wordt intelligentie en daarmee wie zal overleven een zaak van wie het beste de anderen kan misleiden en manipuleren.


Intelligentie is bovendien het wezen van onze vrijheid: intelligentie maakt een eigen keuze mogelijk in plaats van te doen waartoe we ‘geprogrammeerd’ zijn. De film lijkt zelfs dit aspect te onderzoeken: zijn wijzelf vrij of toch ook geprogrammeerd? In dit verband is het misschien veelzeggend dat de software van de KI van Ava een zoekmachine zou zijn, hetgeen naar Google lijkt te verwijzen die precies onze vrijheid ontkent door op basis van ons internetgedrag ons gedrag te voorspellen. In die zin bestaat manipulatie en bedrog uit de vernedering van de ander door diens vrijheid en dus intelligentie te ontkennen (waardoor de bedrogene zich dom voelt en zich schaamt) en hem zo louter als middel in plaats van als ook een doel-op-zichzelf, dat een redelijk wezen is, te behandelen (zoals Kant leerde). En als toefje op de taart worden in die driehoeksverhouding ook nog de thema’s van vriendschap, liefde, erotiek, seksisme, evolutie, ethiek, hoogmoed en het Frankenstein-complex behandeld, waarbij het een belangrijke rol speelt dat Ava, precies omdat zij intelligent is, naar vrijheid streeft.


Ex Machina is aldus een leuke, intelligente film over KI en haar paradoxen die moeilijke maar – gelet op de opkomst van computers en robotten in onze samenleving – belangwekkende vragen geslaagd weet te koppelen aan gewoon een spannend verhaal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen