donderdag 28 mei 2015

Schrijvers en lezers

Ik begrijp niets van lezers. Ikzelf hou niet van lezen, want ik schrijf veel liever. Voor mij is lezen een noodzakelijk kwaad: om te kunnen schrijven, moet ik ideeën aangereikt krijgen die ik kan jatten gebruiken of tegenspreken en daarvoor moet ik helaas af en toe toch wat lezen. Mijn geest is – zoals elke geest die is als we de ‘tabula rasa’-filosofen moeten geloven – als een machine die grondstof, dus input, nodig heeft om te kunnen werken en ideeën te vormen. Daar staat dan wel tegenover dat mijn geest een goede, productieve machine is: zodra ik iets lees dan gaan alle radartjes bij mij werken, dan maak ik het gelezene me ‘eigen’, integreer ik het in mijn totale wereldbeeld en voor ik het zelf weet heb ik weer een nieuw epistel als product dus output geschreven als het resultaat van dit creatief proces. Lezen is voor mij zeer inspirerend maar daarom ook erg vermoeiend.

Ik lijk tamelijk uniek: de meeste mensen lezen zich suf maar produceren zelf niets. Ik begrijp niet hoe dat kan. Wat doen zij met al die tienduizenden pagina’s en duizenden ideeën die ze binnenhalen? Niets? Prikkelen al die ideeën hun geest niet? Maar waarom lezen ze dan? Toen ik Wijsbegeerte studeerde, vond ik het een crime om elke week zo veel te moeten lezen. Een aantal medestudenten deden hun leven daarentegen niets anders dan lezen en zij lazen naast de stof voor de studie nog wekelijks andere boeken voor de lol. Maar evengoed stelden zij domme vragen in de colleges en haalden slechte cijfers: hun duizelingwekkende input bracht hen geen voordeel. In feite leek het wel alsof zij helemaal niets hadden gelezen, alsof hun geest nooit is gaan werken bij überhaupt enige input. Bij een aantal vakken moest je ook elke week iets over de die week bestudeerde stof op een forum schrijven. Ik was altijd de enige die deze opdracht enthousiast vervulde, terwijl mijn medestudenten als het even kon helemaal niets op het forum postten: slechts bij dreigement van puntenaftrek kwam er iets uit hun pen.

Kortom, je hebt lezers en schrijvers. Ik ben een schrijver en de rest lijkt wel lezer. Dat komt me wel goed uit want dan kan de rest mooi lezen wat ik schrijf. Uiteindelijk wil je als schrijver immers toch gelezen worden. Dat hoeven er niet veel te zijn; sowieso heb ik liever één intelligente lezer dan 100 domme lezers. Of eigenlijk hoop ik simpelweg iemand te inspireren om zelf iets te schrijven. Daarop berust ook de filosofiegeschiedenis: iemand maakte eens een nieuwe versie van een bekende mythe die de wereld verklaart met in de nieuwe versie een soort logica op grond van natuurlijke elementen (bv. in den beginne was er slechts water want alles kan slechts in (warm) water – van de zee tot sperma – ontstaan, welk warm water dan splitst in warmte (dat dan weer splitst in vuur en lucht) en (koud) water dat dan onder invloed van het vuur deels opdroogt tot aarde, etc) in plaats van een en al deus ex machina ter verklaring en – via een eindeloze stoet denkers en schrijvers – dit inspireert tot op de dag van vandaag schrijvers om een nog net iets betere theorie dan hun voorganger te bedenken. Schrijven dient voor mij dan ook een interactieve bezigheid te zijn: ik reageer op schrijvers die ik heb gelezen en ik hoop dat anderen op mij reageren (onder elk artikel op deze blog vind je een venster waarin je je reactie kunt schrijven, haha). 

Het is kenmerkend voor filosofie dat het wel even kan duren voordat iemand reageert – of überhaupt je werk leest (hetgeen de huidige, gedigitaliseerde tijd waarin alle informatie voor directe, eenmalige consumptie is en een hoog wegwerpkarakter heeft, fnuikend kan maken voor de filosofie). Sloterdijk beschrijft een filosofisch werk wel als “een brief aan een toekomstige vriend”. Als schrijver die nog op zoek is naar zijn lezer heb ik daar altijd veel troost in gevonden. Want ofschoon ik de ideeën doorgeef die ik interessant vind en toch geen mens zo uniek kan zijn dat er geen enkele overlap bestaat tussen zijn interesses en die van de rest van de mensheid, lijken de mensen die een overlap hebben met mijn interesses deze blog nog niet te hebben gevonden. Ondertussen blijft mijn geest als geoliede machine artikeltjes uitspuwen zodat ik een intellectuele boterberg aan het creëren ben. Dat is niet altijd bevorderlijk voor de motivatie, maar ik ben te veel schrijver – ik zou niet weten hoe ik me anders zou kunnen ‘realiseren’ nu het schrijven de uitdrukking van mijn wezen is – om te kunnen stoppen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen